Info over Zambia

 

 

Voor wie wat meer wil weten over Zambia...

  1. Zambia Online - The National Homepage of Zambia
  2. Lonely planet pagina voor Zambia 
  3. BBC nieuws
  4. Wikipedia 
  5. The World Factbook

 ***

20 jaar ‘Community schools’ (eind 2014 begin 2015)

 

Iedereen wordt er bijna dagelijks mee geconfronteerd, elkeen heeft er wel een bepaald beeld over, al zijn we er meestal nog niet geweest. We lezen erover, krijgen er foto’s  van te zien, en meestal is het geen goed nieuws. Afrika, een rampencontinent.  Waarom geldt voor de meerderheid van de sub-Saharaanse landen dat ze voortploeteren in een schijnbaar nooit eindigende cyclus van corruptie, ziekte, armoede en hulpafhankelijkheid ondanks het feit dat hun landen sinds 1970  aan ontwikkelingshulp meer dan 300 miljard dollar hebben ontvangen.

In een gedicht voorgedragen door een Zambiaanse leerling uit de community school te Kabwe werd Afrika voorgesteld, vertrekkende vanuit de  vorm van het Afrikaanse continent,  als een ‘question mark’, een enorm groot vraagteken. Kunnen we het wel als Afrikanen, zijn we verdoemd om altijd te lijden. Onze vaders en moeders sterven aan Aids, aan malaria, aan TB of aan een ziekte met een andere naam. We leven in een mooi land, we leven op  het rijkste continent op aarde,  en toch lijden we alle dagen. Onze broertjes en zusjes sterven van ondervoeding, we kunnen niet naar school,  hebben geen zuiver drinkwater, we moeten de schapen  hoeden en op de markt  staan met tomaten of met houtskool en  we zijn  geen zes jaar oud.   We sterven op leeftijd van 40.

 

I’m an African, not because I’m black but because my heart warms and tears run down my face when I think about Africa.

I’m an African not because I live here but because the African sun lit my paths, because the air that I breath is from these majestic mountains. That air nurtured me growing up.

I’m an African not because I can speak Bemba, but because my heart is shaped like a question mark just like Africa.

 

 Afgaand op het merendeel van de persberichten vind je in het hongerende Afrika op elke hoek van de straat een kindsoldaat, een aids patiënt, een baby met opgezwollen buik.  Hongersnood, bomaanslagen, Moslim-fundamentalisme, Aids, Ebola.  Je zou op den duur gaan denken dat er in Afrika niets anders mogelijk is. En dat klopt niet. De mensen leven er op hun manier, heel gewoon dag in, dag uit. De situaties waar wij van horen zijn ook voor hen niet normaal. Afrika, een continent bestaande uit  54 landen. Eén van die landen in Zuidelijk Afrika is Zambia.

Zambia is een land omgeven door acht landen: Kongo, Tanzania, Malawi, Mozambique, Zimbabwe, Botswana, Namibië en Angola. De totale oppervlakte van Zambia is 752.612 vierkante km. (De oppervlakte van België bedraagt 30.000km2. met een totale bevolking van 14 miljoen en 73 verschillende talen.

Laten we focussen op de economie, onderontwikkeling, onderwijs en gezondheidszorg.

 

 

Economisch:

De Zambiaanse economie groeit vooral dankzij diens kopermijnen inmiddels met meer dan 7% per jaar en is daarmee een van de snelst groeiende landen ter wereld.

De koperprijs is in twee jaar verdrievoudigd en kwam onlangs even boven de 10.000 dollar /ton uit.  De oplopende prijzen zijn te wijten aan de toegenomen vraag naar het edelmetaal, vooral uit de wereldwijde bouw en telecomsector.  Bestaande kopermijnen, met name in de VS en Chili zijn bovendien meestal verouderd en hebben daardoor moeite om de vraag bij te houden.  Intussen lijken vooral de Zambiaanse mijnen  wel in staat om de koperproductie op te voeren. China is niet de enige die op het Zambiaanse koper aast.  Ook Braziliaanse en Indiase en vooral Chinese bedrijven investeerden recentelijk grote bedragen in de kopermijnen in Zambia. Het land produceert 900 duizend ton koper per jaar maar de verwachting is dat die productie mede door buitenlandse investeringen de komende jaren naar jaarlijks 2 miljoen toen oploopt. De hoge koperprijzen zijn een zegen voor de Zambiaanse economie die zich nog altijd herstelt van de rampzalige periode dat de mijnen genationaliseerd waren.  Na de komst van de democratie in de jaren negentig werd wijselijk tot privatisering van de mijnen overgegaan. Aanvankelijk was er door de slechte staat van de mijnen geen investeerder te vinden, maar toen de koperprijzen een paar jaar later begonnen te stijgen, ontstond er steeds meer interesse.  Sindsdien blijven de investeringen in het land toenemen en groeit de Zambiaanse economie  met gemiddeld meer dan 5%.  In 2010 kwam de groei van het BBP  zelfs uit op 7,1%. De Zambiaanse economie blijft voor een groot deel afhankelijk van de koperexport. Onlangs werd ook olie in het land gevonden.

Zambia heeft de derde grootste koperreserves ter wereld. 60% van de bevolking leeft met minder dan 1 dollar per dag en 80% van de bevolking is werkloos.

Als je één van de rijkste landen ter wereld zou kunnen zijn, hoe komt het dan dat je met zo’n een enorme kloof zit tussen rijk en arm.

Kijk naar: http://www.whypoverty.net/en/video/34  - Stealing Africa-Why poverty.(of via youtube)

Dit filmpje gaat in op het probleem, wat gebeurt er met ons geld. Er vloeit enorm veel geld uit het land en toch blijven we arm.

 

Onderwijs, de oplossing:

 

Education is the pillar for human life. (KOCS student)

Education is the most powerful weapon which you can use to change the world. (Nelson Mandela)

 

Het network van community schools in Zambia is snel  gegroeid van 883 in 2000 naar 2129 in 2005. Deze scholen , geleid door ‘community based organisations’, beantwoorden aan de leernoden van de meest kwetsbare en achteruit gestelde groepen kinderen.  Vele van deze kinderen zijn aids weeskinderen  dewelke één of beide ouders hebben verloren en leven in arme gezinnen waar er geen geld is om de kinderen naar school te sturen.  De leerkrachten zijn meestal van de eigen gemeenschap, ze zijn niet getraind en worden niet betaald. De meeste van de scholen gebruiken de SPARK-methode:

.Skills (vaardigheden)

.Participation (betrokkenheid, deelname)

.Acces (toegankelijkheid)  

.Relevant Knowledge (belangrijke kennis), zo ontworpen dat 9 tot 16 jarigen hun volledige lagere school kunnen beëindigen in 4 jaar tijd.

Alhoewel de officiële leeftijd om te kunnen starten in de eerste graad van het basisonderwijs 7 jaar is, starten vele Zambiaanse kinderen op de leeftijd van 8 (de instroom in graad 1 is 42%) Op het platteland worden de kinderen ontmoedigd om op deze leeftijd te starten omwille van de afstand tot de school. Kinderen zullen later instromen wanneer ze bekwaam zijn deze afstand tot de school af te leggen.

Zambia heeft in totaal 4.058 basisscholen, verspreid  over een oppervlakte van 752.612 km2. Als deze scholen mooi verspreid zouden zijn over het land dan zou er een straal rond elke school zijn van een 7,5 km. Helaas zijn de scholen niet mooi verspreid over het land, de scholen zijn daar waar de bevolkingsdichtheid het grootst is. Concreet wil dit zeggen dat er nogal wat afgelegen gebieden zijn waar de kinderen meer dan 10 km moeten wandelen om een school te bereiken. In percenten uitgedrukt komt het hierop neer: 

.14% van de kinderen moet tussen de 6 en de 15 km wandelen om een school te bereiken.

.2%  van de kinderen moet meer dan 16 km wandelen om een school te bereiken.

De afstand dewelke een kind elke dag moet wandelen maakt dat het naar school gaan wordt ontmoedigd. Wanneer een kind aankomt op school is het moe en uitgeput. Dit draagt niet direct bij tot het leren. Veel kinderen vertrekken naar school met honger of hebben helemaal niet gegeten. Als je  een verre afstand moeten lopen voor je aankomt op school, ga je spelen onderweg, je komt te laat aan, dikwijls  komen de kinderen gewoon niet naar school. Gedurende het regenseizoen, als er gefeest wordt in het dorp maakt  dat heel veel kinderen niet meer naar school komen.

Als we de aanwezigheid op school van jongens en meisjes vergelijken valt het op dat de meisjes veel sneller afhaken dan de jongens. Moeders vinden dat hun dochters veel beter in het huishouden kunnen helpen dan dat ze tijd en energie verspelen met het alle dagen wandelen naar school.  Ook vrezen de ouders voor de fysieke en morele gevaren onderweg (verkrachting en HIV/aids infectie).

Nogal wat kinderen zijn betrokken in economische activiteiten. Werkende kinderen zijn een algemeen verschijnsel in Zambia. Naar schatting 47% van de kinderen tussen de 7 en de 14 , een 1,2 miljoen kinderen (op een totale bevolking van 14 miljoen)zijn betrokken in economische activiteiten. Het zijn deze kinderen dewelke de school het meest missen.

10% van de 9-17 jarigen heeft nooit op een school gezeten.

 

De doelstellingen van het leerproces is het leren. In de meest recente studie van wat leerlingen hebben bereikt, was de gemiddelde score voor het vak Engels 35% en voor wiskunde 39%. Meisjes en jongens presteren hetzelfde als het gaat over het vak Engels. Als het gaat over wiskunde presteren de jongens beter dan de meisjes.

Wanneer Zambia zich vergelijkt met 14 andere Afrikaanse landen binnen dezelfde regio eindigt Zambia op de dertiende plaats wat betreft ‘lezen’ en op de twaalfde plaats wat betreft wiskunde.

Het is van wezenlijk belang dat er terdege   getrainde leerkrachten in de laagste graden les geven. Dit is één van de grootste problemen voor community schools en dit verklaart tevens de slechte resultaten.  

Kabwe Open Community School

De vzw KOCS Steungroep Zambia erkent dit  belang van de beschikbaarheid van getrainde leerkrachten en sponsort daarom  de lonen en de opleidingen van vrijwillige leerkrachten.

Dankzij deze vorm van sponsoring beschikt  de school,  die inmiddels werd erkend door de Zambiaanse overheid en die nu de Makululu C Primary School wordt genoemd, over bijkomende middelen om leerkrachten aan te trekken en blijvend te werk te stellen. 

Op die manier verhogen tevens de kansen op onderwijs voor meer kinderen.  Het aantal leerlingen neemt dan ook nog steeds toe.  Momenteel volgen ruim 1300 leerlingen de lessen. 

Deze lessen worden verzorgd door de  47 leerkrachten die de school momenteel telt.  Een groot verschil t.o.v. de 4 leerkrachten bij de opstart van de school…

Gezondheid:

HIV/AIDS crisis

Zambia is een van die landen dewelke het ergst getroffen is door de HIV/AIDS crisis in de wereld. Naar schatting tussen de 20 en de 25% van de bevolking is HIV positief. En dus een ernstige bedreiging voor de ontwikkeling van het land. Een groot aantal kinderen groeit op in een gezin waarvan één of beide ouders gestorven zijn. Zambia naast Zimbabwe heeft de hoogste HIV/aids cijfers ter wereld. Van de 42 sub- Sahara landen heeft Zambia het hoogste aantal weeskinderen. In de periode tussen 1990 en 2001 is het aantal weeskinderen gestegen van 2 naar 15%.  Vele van de weeskinderen moeten uit werken gaan om hun familie te kunnen onderhouden en voorzien van voedsel. De kinderen die er het slechtste aan toe zijn worden gedwongen zich te prostitueren. Het ministerie van Opvoeding berichtte dat in 1998 1331 leerkrachten gestorven zijn aan aids.  De ‘teachers training' colleges zijn niet instaat om genoeg leerkrachten op te leiden om de gestorven leerkrachten te vervangen. De aantal afwezige dagen  van leerkrachten, het bijwonen van begrafenissen is hoog.

.25% van de volwassen bevolking is besmet met het HIV/AIDS virus en de meesten zullen hieraan sterven in de volgende 6 tot 10 jaar.

.HIV/AIDS vernietigt onze kinderen, onze families, onze samenleving.

.De gemiddelde leeftijd is dramatisch naar beneden gegaan.

.Afrika is het enige continent waar de levensverwachting is gestagneerd. Afrika is het enige continent waar de levensverwachting lager is dan zestig jaar, nu zweeft deze rond de vijftig jaar, en in sommige landen is ze terggevallen naar wat ze in de jaren vijftig was.  De daling in levensverwachting is hoofdzakelijk toe te schrijven aan de opkomst van de HIV/AIDS-pandmie. En op de zeven kinderen op het Afrikaanse continent overlijdt voor het vijfde jaar.

Bij het begin van de HIV/aids- pandemie werd je rond de oren geslagen met informatie. Op elke hoek van de straat kon je affiches tegenkomen met info. Dit was zeker nodig.  Jaren gingen voorbij en men kwam tot de constatatie dat informatie niet genoeg was om tot gedragsverandering te komen. Op een gegeven moment was men vooral in de scholen het echt beu om constant naar dezelfde informatie te moeten luisteren.  De overheid startte in de scholen met volgend proces ‘Education for life’.

Omwille van de armoede en de daaraan gekoppelde uitzichtloosheid is ook alcohol een niet te onderschatten probleem. In Zambia kan je op straat de volgende advertentie tegenkomen op grote affiches:

                ALCOHOL

.Alcohol is a wonderful stain remover. It removes stains from winter and summer materials.

It also removes furniture, homes and cars as well as carpets, beds, your family, your wife and children.

It removes your judgement, your ability to think. It removes your friends, your clothes, your shoes, and even your selfrespect. It removes your good name and even your job.  And if used too much, it even removes yourself.

Try it, Why not ? After all, it is an excellent remover.

 

                My name is alcohol

I’m the greatest criminal in history. I have killed more men than have fallen in alle the wars of the world. I have turned men and women into brutes. I have transformed many promising youths into hopeless parasites. I destroy the weak and weaken the strong. I make the wise men fools and trample(vertrappel) fools to disaster. The abandoned (verlaten) wives know me well. The hungry children know me well too. I have ruined millions and shall continue to ruin millions more. I am strong alcohol, be aware.


Malaria

Jaarlijks raken wereldwijd vijfhonderd miljoen mensen besmet door deze infectieziekte die door muggen op mensen wordt overgebracht.  Het zorgt voor ongeveer twee miljoen doden per jaar  waarvan negentig procent in Afrika. 

.90% van de malaria ter wereld komt voor in Afrika. .

.Het aantal malariadoden is gehalveerd sinds 2000.

.50% van de mensen betrokken bij malaria beschikken over een muskietennet.

(BBC news; focus on Africa, 9 december 2014)

 ***

Een kritische kijk op ontwikkelingshulp, een tekst om over na te denken.

Iedereen die geëngageerd bezig is met ontwikkelingssamenwerking zou af en toe moeten reflecteren, nadenken, een discussie voeren over de zin en onzin van ontwikkelingssamenwerking.

Zijn we goed bezig ?

De volgende tekst is een korte samenvatting uit ‘Doodlopende hulp, waarom ontwikkelingshulp niet werkt, en wat er wel moet gebeuren’, een boek geschreven door Dambisa Moyo, een Zambiaanse economiste.  

Ontwikkelingssamenwerking is het samenwerken om een land te laten groeien en beter te laten worden. In de jaren ’70 beloofden 40 rijke landen in een verdrag om 0,7 % van het BNI (brutto nationaal inkomen)

Ondanks de mondiale economische crisis hebben de OESO landen in 2013 het hoogste bedrag ooit uitgegeven aan ontwikkelingssamenwerking.  België gaat in tegen die trend en zette  net het mes in het budget.  Van de 28 landen van de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) verhoogden er 17 hun ontwikkelingsbudget dat met in totaal 134,8 miljard dollar zijn hoogste peil ooit haalde.  Tegenover de 17 stijgers staan ook 11 landen die net hun budget verkleinden.  Ons land is één van hen.  Met een besparing van 280 miljoen euro gaf België 0,45% van zijn BNI aan ontwikkelingshulp.  In het regeerakkoord engageerde de meerderheidspartijen zich opnieuw voor de 0,7%.

(uit :  www. de redactie.be – 8/04/2014)

Waarom, en dit geldt voor de meerderheid van de sub-Saharaanse landen, voort ploeteren in een schijnbaar nooit eindigende cyclus van corruptie, ziekte, armoede en hulpafhankelijkheid’, ondanks het feit dat hun landen sinds 1970   meer dan 300 miljard dollar hebben ontvangen aan ontwikkelingshulp.  Zijn deze Afrikaanse landen niet juist arm geworden vanwege al deze hulp?

Hoe komt het dat Afrika, als enige van alle wereldcontinenten, gevangen lijkt in een cyclus van disfunctioneren ? Hoe komt het dat van alle continenten ter wereld Afrika niet in staat lijkt te zijn om zijn voet geloofwaardig op de economische ladder te zetten ? Hoe komt het dat volgens een recent onderzoek zeven van de top tien van mislukte staten van dit continent afkomstig blijken te zijn ? Zijn de mensen in Afrika over het algemeen tot minder in staat ? Zijn de leiders genetisch verdorvener, meedogenlozer, corrupter ? Zijn de beleidsmakers van nature lamlendiger ? Wat houdt Afrika tegen, waardoor lijkt het niet in staat te zijn zich in de 21st eeuw aan te sluiten bij de rest van de wereld ?

Ontwikkelingshulp was, en is nog steeds, voor grote delen van de derde wereld een regelrechte politieke, economische en humanitaire ramp. Gedurende de afgelopen dertig jaar, hebben de landen die het meest van hulp afhankelijk waren een jaarlijks groeicijfer te zien gegeven van min 0,2 %. Tussen 1970 en 1998, toen de hulpstromen naar Afrika op hun hoogtepunt waren, steeg het armoedecijfer in Afrika zelfs van 11% naar een verbijsterende 66%.  Het ontvangen van geld onder de vorm van leningen, subsidies heeft hetzelfde effect  gehad als het bezit van een rijke natuurlijke hulpbron: het is een soort vloek die corruptie en conflict aanmoedigt en tegelijkertijd het vrije ondernemerschap ontmoedigt.

Volgens één schatting verlaat ten minste 10 miljard dollar, bijna de helft van wat Afrika in 2003 aan buitenlandse hulp ontving, elk jaar het continent. Ontwikkelingshulp kan gemakkelijk worden gestolen, omdat die gewoonlijk rechtstreeks aan Afrikaanse regeringen wordt geleverd, maar ook wordt daarmee de controle over de regering de moeite waard om voor te vechten. En, misschien het belangrijkste, de toevloed van hulp kan het binnenlandse sparen en investeren ondermijnen.

We leven in een cultuur van hulpverlening. We leven in een cultuur waarin de beter gesitueerden zowel mentaal als financieel de gedachte aanhangen dat ten aanzien van de armen liefdadigheid gepast is. Vanuit onze christelijke humanitaire visie is het belangrijk dat we openstaan voor de vierde wereld, voor de derde wereld.  Acties als broederlijk delen, 11.11.11,  doen beroep op onze solidariteit. We worden om de oren gekletst als we niet steunen. We proberen terug in het reine te komen met ons koloniale verleden. We zijn er ons van bewust dat we daar fouten hebben gemaakt en deze willen we recht zetten. Afrika is arm , Afrika lijdt omdat wij er de grondstoffen zijn gaan weghalen. We worden op straat aangeklampt en tijdens vliegreizen met verzoeken aangespoord, brieven  stromen onze brievenbussen binnen en talloze oproepen op televisie herinneren ons eraan dat het onze morele plicht is om meer te geven aan degenen die minder bezitten.

De toestand van Afrika is een litteken  op het geweten van de wereld.  Diepgeworteld in elk progressief bewustzijn is het besef dat in een wereld van morele onzekerheid één idee heilig is, één idee waarmee niet gesjoemeld mag worden: de rijken dienen de armen te ondersteunen, en de vorm van deze ondersteuning zou hulpverlening moeten zijn. 

Ook de popcultuur van hulpverlening is onderdeel geworden van de amusementsindustrie. Mediapersoonlijkheden, filmsterren en rocklegendes omarmen hulpverlening gretig, maken bekeerlingen voor de noodzaak ervan, verwijten ons dat we niet genoeg geven en gaan tegen regeringen tekeer omdat ze niet genoeg doen. Regeringen reageren navenant, bang om aan populariteit te verliezen, en met de sterke behoefte in het gevlij te komen. Bono en Bob Geldhof zijn aanwezig op mondiale topconferenties over hulpverlening. Hulpverlening is een cultureel product geworden.

Maar, zijn door die meer dan 1 biljoen dollar aan ontwikkelingshulp van de laatste paar decennia de mensen in Afrika er beter aan toe ? In feite zijn de ontvangers van deze hulp overal ter wereld er slechter aan toe, veel slechter.  Hulpverlening heeft ertoe bijgedragen dat de armen armer werden, en dat de groei werd vertraagd.   Toch blijft in het huidige ontwikkelingsbeleid hulpverlening centraal staan en geldt ze als een van de voornaamste inzichten van onze tijd. De gedachte dat hulpverlening structurele armoede kan verlichten, en die uitdaging ook aangaat , is een mythe.  Miljoenen in Afrika zijn nu armer, juist door hulpverlening, ellende en armoede zijn niet geëindigd maar juist toegenomen. Ontwikkelingshulp was, en is nog steeds, voor de meeste delen van de derde wereld een regelrechte politieke, economische en humanitaire ramp.

Het dilemma van de ontwikkeling van Afrika biedt twee routes: één waarbij Afrikanen als kinderen worden gezien, onmachtig om zichzelf te ontwikkelen of te groeien en zonder gezegd te worden hoe, of daartoe gedwongen en een andere die en poging doet tot een duurzame economische ontwikkeling, maar die vereist dat Afrikanen als volwassenen worden behandeld.

Het publieke debat over de economische problemen van Afrika wordt gevoerd door niet-Afrikaanse blanke mannen. Het Afrikaanse continent is ongetwijfeld net zo gekoloniseerd als een eeuw geleden.

 

 

 subsidies

De leden van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) besteden bijna 300 miljard dollar aan landbouwsubsidies (gebaseerd op schattingen van 2005).  Dit is bijna driemaal de totale hulpverlening van OESO landen aan alle ontwikkelingslanden .  Schattingen geven aan dat Afrika elk jaar ongeveer 500 miljard dollar verliest door beperkende handelsembargo’s, hoofdzakelijk in de vorm van subsidies door westerse regeringen aan westerse boeren.

EU subsidies vormen ongeveer 35 % van het totale inkomen van boeren.  Dit komt erop neer dat elke koe in de Europese Unie per dag 2,5 dollar aan subsidie krijgt, meer dan wat een miljard mensen, velen van hen Afrikanen, elke dag hebben om van te leven.  Deze subsidies hebben een dubbel effect. Westerse boeren gaan hun producten verkopen aan een monopolistische binnenlandse consument boven de wereldmarktprijzen en ze kunnen het zich ook veroorloven om hun overtollige productie tegen lagere prijzen in het buitenland te dumpen, en zo de ploeterende Afrikaanse boer, wiens karige bestaan op een cruciale manier van het exportinkomen afhankelijk is, te onderbieden. Met de miljoenen tonnen aan gesubsidieerde export die de markt op deze manier goedkoop overstroomt, kunnen Afrikaanse boeren onmogelijk concurreren.

Alleen de subsidies in de katoenteelt treft al 10 miljoen mensen in West- en Centraal Afrika.  Vooral de dumping van overtollige producten op de Afrikaanse marken zorgen voor een ontwrichting van de lokale economieën. Alleen al de afschaffing van het protectionisme door de rijke landen voor de arme landen zou een meeropbrengst betekenen van 30 miljard dollar per jaar.

 

Als het Westen moralistisch wil zijn over Afrika’s gebrekkige ontwikkeling, dan zou het zich met handel moeten bezighouden, niet met hulpverlening.

Ontwikkelingshulp doodt de creativiteit, vernietigt lokale economieën en maakt het voor corrupte leiders eenvoudig om niet te moeten optreden. Al het met goede bedoelingen gegeven geld zorgde ervoor dat arme landen terechtkwamen in een vicieuze cirkel van corruptie, marktverstoring en nog meer armoede.

Hulpverlening bevordert corruptie en die corruptie maakt dat ondernemers niet geneigd zullen zijn om te investeren in dat land.

Staatsinstellingen, die hebben zich in Afrika zo genesteld in het ‘comfort’ van de voortdurende hulp dat ze geen andere weg willen inslaan.  Het zijn wij westerlingen, die moeten beslissen om de hulpkraan terug te schroeven en de noodzakelijke maatregelen te nemen om Afrika via vrijhandel echte kansen te geven. De noodzaak is er inderdaad om bij hongersnood en rampen snel te helpen, en het is absoluut fout om deze via Afrikaanse overheden te laten verlopen.

Afrika heeft onafgebroken gedurende ten minste vijftig jaar geld ontvangen. Er is constant hulp geweest, zonder tijdslimiet om tegenop te werken.  Zonder de aanwezige dreiging dat hulpverlening zou kunnen worden afgesneden, en zonder het besef dat ze ooit helemaal verleden tijd zou kunnen zijn, zien Afrikaanse regeringen hulpverlening als een permanente, betrouwbare, constante inkomstenbron en hebben ze geen reden om te geloven dat de stromen niet tot in lengte van jaren zullen doorgaan.  Er bestaat geen prikkel voor financiële planning op lange termijn, geen reden om alternatieven te zoeken om ontwikkeling te financieren, als je alleen maar achterover hoeft te leunen en de cheques op de bank hoeft te zetten.

Op dit moment is er in veel Afrikaanse landen in vrijwel elk aspect van de samenleving hulpverlening. Er is nu hulpverlening in de ambtenarij, in de politieke instituten, in het leger, in de gezondheidszorg, in het onderwijs.  Hoe meer hulpverlening doordringt, des te meer ze uitholt, des te groter de cultuur van hulpafhankelijkheid.

 

Kritische bedenkingen:

Deze tekst zal veel stof doen opwaaien en vermoedelijk ook gebruikt worden door diegenen die fors willen snoeien in ontwikkelingshulp. Velen die al decennialang opkomen voor meer geld voor Afrika hebben het moeilijk met kritiek op hun werk. Voor een deel hebben ze ook gelijk. Er zijn de voorbije decennia dankzij hulp wel al zeer veel resultaten geboekt. Zo werd het pokkenvirus, dat in het verleden zoveel slachtoffers maakte, dankzij wereldwijde hulp volkomen uitgeroeid. En de kindersterfte is door betere gezondheidsvoorzieningen globaal gedaald. Dat de levensverwachting in een aantal landen gedaald is, heeft vaak te maken met geweld en HIV/AIDS (ook hier lijkt hulp het tij te doen keren. We zijn als mensen verplicht medemensen in nood te helpen. De vraag is evenwel hoe we dat het best doen. Op korte termijn is hulp onontbeerlijk, op lange termijn zou voortdurende hulp wel eens een negatief effect kunnen hebben. 


website door Koen Michielsen bvba, Essen